Een tuinpoort repareren, een metalen rek bouwen of een frame van roestvrij staal maken: wie zelf wil lassen, krijgt al snel te maken met stroomsterkte, lasdraad en een lasbrander. Minstens net zo belangrijk is het beschermgas. De verkeerde samenstelling zorgt al snel voor meer spatten, poriën of een onzuivere lasnaad. Welk gas geschikt is, hangt vooral af van het lasproces en het materiaal.

Bepaal eerst het materiaal en het proces

Ga daarom eerst na welk gas bij uw toepassing past. Vergelijk de lasgassen die geschikt zijn voor uw nieuwe project.Bij MAG-toepassingen vormt argon meestal de basis van het gasmengsel. Air Liquide noemt voor de meeste toepassingen een argongehalte van minimaal 80 procent, aangevuld met bijvoorbeeld CO₂ of zuurstof. Bij TIG-lassen gebruikt u daarentegen doorgaans zuiver argon of mengsels met helium of waterstof.

MIG en MAG worden vaak in één adem genoemd, maar verschillen juist in het gas. MIG staat voor metaal-inertgaslassen: het gas reageert niet of nauwelijks met het smeltbad. Die methode is bijvoorbeeld geschikt voor aluminium en andere non-ferrometalen. Bij MAG-lassen gebruikt u daarentegen een actief gas of gasmengsel; daarmee wordt vooral staal verwerkt.

TIG-lassen is interessant wanneer u een bijzonder zuivere en gecontroleerde lasnaad nodig hebt. Als beschermgas wordt doorgaans argon gebruikt. De methode is onder meer geschikt voor roestvrij staal en aluminium, maar vraagt wel wat meer oefening.

Welk gas voor welk project?

Voor een eenvoudig stalen frame in de eigen werkplaats is MAG-lassen met een argon-CO₂-mengsel vaak een goede keuze. Bij aluminium ligt dat anders: daar wordt doorgaans MIG-lassen met een inert gas zoals argon toegepast. Voor een zichtbare lasnaad in roestvrij staal is TIG-lassen met argon meestal de betere optie.

Naast het materiaal speelt ook de werkomgeving een rol. Tocht kan de gasbescherming rond het smeltbad wegblazen. Simpelweg meer gas geven helpt dan niet; u kunt de werkplek beter afschermen tegen luchtstromen.

Welke voorschriften gelden bij het lassen?

Wie last, moet naast de juiste uitrusting ook de geldende regels voor arbeidsveiligheid in acht nemen. Welke regels precies van toepassing zijn, hangt af van het land en van de vraag of u beroepsmatig of als particulier werkt. Bedrijven moeten zich daarom altijd houden aan de nationale regelgeving van hun vestigingsplaats.

Neem Nederland als voorbeeld. Daar verplicht de Arbowet werkgevers om te zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Risico’s binnen het bedrijf moeten worden vastgelegd in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Bij lassen hoort daar ook de blootstelling aan lasrook en andere gevaarlijke stoffen bij. Het Arboportaal wijst er bijvoorbeeld op dat bij het lassen van roestvrij staal kankerverwekkend chroom-6 vrijkomt.

Ook de gassen zelf spelen een rol in de arbeidsveiligheid. Argon kan in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes de zuurstof verdringen. Het Arboportaal spreekt van een zuurstofarme en daarmee gevaarlijke atmosfeer zodra er minder dan 18 volumeprocent zuurstof in de lucht zit.

In andere landen gelden mogelijk andere grenswaarden, technische voorschriften en documentatieverplichtingen. Wie bijvoorbeeld in Duitsland, België of Frankrijk werkt, moet daarom niet zomaar de Nederlandse regels overnemen, maar de nationale regelgeving rond arbeidsveiligheid en gevaarlijke stoffen ter plaatse raadplegen.

 

U heeft een bedrijf en u wilt deel uitmaken van onze directory

SPECIALE AANBIEDING
Krijg nu 30% korting op badkamermeubelen
Bezoek ons